OVERZICHT VAN DE PATRONEN
UIT DEZE SELECTIE

 


Deel 1: STEDEN

klik op het patroon om er naar toe te gaan
(de hier niet aanklikbare patronen kunt u aanklikken via de centrale index)

 


Doe wat u kunt om een wereldregering met duizend onafhankelijke gebieden in plaats van landen, tot stand te brengen:

1. onafhankelijke regio’s

werk binnen elk gebied toe naar regionale beleidslijnen die het land beschermen en die de begrenzing van de steden aangeven:

2. de verdeling van steden
3. vingers van stad en land
4. landbouw in de dalen
5. kantwerk van secundaire wegen
6. landelijke stadjes
7. het platteland

moedig door het beleid van de stad een stapsgewijze ontwikkeling aan van de belangrijkste structuren die de stad definiëren:

8. mozaïek van subculturen
9. gespreid werk
10. het betoverende van de stad
11. buurtgebonden vervoersgebieden

bouw deze grotere stedelijke patronen op vanuit de basis, door actie die in belangrijke mate bestuurd wordt door twee niveaus van zichzelf regerende gemeenschappen, die als ruimtelijk identificeerbare plaatsen bestaan:

12. samenleving van 7000
13. grenzen tussen subculturen
14. herkenbare buurten
15. grens van de buurt

verbind gemeenschappen met elkaar door de groei van de volgende netwerken aan te moedigen:

16. web van openbaar vervoer
17. rondwegen
18. opvoedings-netwerk
19. web van winkels
20. mini-bussen

voer een gemeenschaps- en buurtbeleid om de aard van de plaatselijke omgeving te beheren volgens de volgende fundamentele principes:

21. vier-verdiepingen grens
22. negen procent parkeerruimte
23. evenwijdige straten
24. geheiligde plaatsen
25. toegang tot water
26. levenscyclus
27. mannen en vrouwen

moedig in buurten, wijken en de tussenliggende grensgebieden de vorming van plaatselijke brandpunten aan:

28. excentrische kernen
29. bebouwings-gradiënt
30. knooppunten van activiteiten
31. promenade
32. winkelstraat
33. nachtleven
34. overstapplaatsen

maak rond deze centra huisvesting mogelijk voor groepen die zijn gebaseerd op contact van mens tot mens:

35. variatie in gezinsvormen
36. graden van toegankelijkheid
37. huizen in groepjes
38. rijtjeshuizen
39. berg van huizen
40. overal oude mensen

moedig tussen de groepen huizen, rond de centra, en vooral in de grenzen tussen de buurten, de vorming aan van werkgemeenschappen:

41. werkgemeenschap
42. lint van industrieën
43. universiteit als markt
44. gedecentraliseerde stadhuizen
45. ketting van gemeenschapsprojecten
46. overdekte markt van winkels
47. gezondheidscentra
48. woningen op de grens

sta toe dat tussen de groepjes huizen en werkplaatsen het plaatselijk straten en paden netwerk informeel en stapsgewijs groeit:

49. lusvormige straten
50. T-kruisingen
51. groene straten
52. netwerk van paden en auto’s
53. toegangspoorten
54. oversteekplaatsen
55. verhoogd voetpad
56. fietspaden en fietsenstallingen
57. kinderen in de stad

zorg in de wijken en buurten voor openbaar land waar de mensen zich kunnen ontspannen, elkaar kunnen ontmoeten en zichzelf kunnen vernieuwen:

58. spektakel
59. rustige achterpaden
60. parkjes binnen loopafstand
61. kleine pleintjes
62. uitkijkpunten
63. dansen in de straat
64. vijvers en stroompjes
65. kraamklinieken
66. heilige grond

zorg bij elk blokje huizen en bij elke werkplaats voor kleine stukjes gemeenschapsland om te voorzien in plaatselijke versies van dezelfde behoeften:

67. gemeenschappelijke grond
68. ononderbroken speelruimte
69. openbare buitenkamer
70. begraafplaatsen
71. water om in te spelen
72. sportveldjes
73. bouwspeelplaats
74. dieren

moedig, binnen het raamwerk van gemeenschappelijke grond, groepen huizen en werkgemeenschappen, de transformatie aan van de kleinste onafhankelijke sociale eenheden: gezinnen, werkgroepen en ontmoetingspunten.
Eerst het gezin in al zijn vormen:

75. het gezin
76. huis voor een klein gezin
77. huis voor een paar
78. huis voor één persoon
79. eigen huis

vervolgens komen de werkgroepen, inclusief allerlei soorten werkplaatsen en kantoren en zelfs leergroepen voor kinderen:

80. werkplaatsen en kantoren onder zelfbestuur
81. kleinschalige dienstverlening
82. afstanden binnen kantoren
83. meester en leerlingen
84. tiener-gemeenschap
85. kleine toegankelijke scholen
86. huis voor kinderen

en de plaatselijke winkels en ontmoetingsplaatsen:

87. zelfstandige winkels
88. café met terras
89. buurtwinkel
90. biertapperij
91. herberg
92. bushalte
93. kraampjes met etenswaren
94. slapen in het openbaar

 


Deel 2: GEBOUWEN

 


De eerste groep patronen helpt de globale indeling van een groep gebouwen te bepalen: het aantal gebouwen en de hoogte, de ingangen naar het terrein, de belangrijkste parkeerplaatsen en de lijnen van verplaatsing binnen het complex:

95. gebouwencomplex
96. aantal verdiepingen
97. verdekte parkeerterreinen
98. interne circulatie-gebieden
99. hoofdgebouw
100. voetgangersgebied
101. binnenstraat
102. familie van ingangen
103. kleine parkeerterreinen

bepaal de posities van de individuele gebouwen op de kavel, binnen het complex, één voor één, naar de aard van de kavel, de bomen en de zon: dit is een van de belangrijkste momenten in de taal:

104. herstel van de bouwplaats
105. tuin op het zuiden
106. positieve buitenruimte
107. vleugels vol licht
108. aaneengesloten bebouwing
109. breed en ondiep huis

leg binnen de begrenzing van de vleugels de ingangen, tuinen, binnenplaatsen, daken en terrassen vast, geef zowel het volume van de gebouwen als het volume van de ruimten tussen de gebouwen gelijktijdig vorm, denk eraan dat binnen- en buitenruimte, als yin en yang, altijd gezamenlijk vorm moeten krijgen:

110. hoofdingang
111. half-verborgen tuin
112. overgang tussen buiten en binnen
113. verbinding tussen huis en auto
114. hiërarchie van open ruimten
115. binnenplaatsen die leven
116. cascade van daken
117. beschermend dak
118. daktuin

als de belangrijkste delen van de gebouwen en de buitenruimten hun ruwe vorm gekregen hebben, dan is het tijd om meer gedetailleerde aandacht te gaan schenken aan de paden en pleinen tussen de gebouwen in:

119. arcades
120. paden en bestemmingen
121. vorm van het pad
122. rooilijnen
123. voetgangersdichtheid
124. hoekjes met activiteiten
125. zitten op de trap
126. iets ruwweg in het midden

nu de paden op hun plaats zijn komen we terug bij de gebouwen: werk binnen de verschillende vleugels van elk gebouw de fundamentele gradiënten van de ruimten uit en bepaal hoe het interne verkeer de ruimten in de gradiënten zal verbinden:

127. intimiteits-gradient
128. zonlicht binnenshuis
129. gemeenschappelijke gebieden centraal
130. entree
131. de loop door de kamers
132. korte gangen
133. trap als toneeldecor
134. zen-uitzicht
135. spel van licht en donker

definieer binnen het raamwerk van de vleugels en hun inwendige gradiënten in ruimtelijkheid en beweging, de belangrijkste gebieden en kamers. Eerst voor een huis:

136. gebied van het paar
137. gebied van de kinderen
138. slapen op het oosten
139. woonkeuken
140. terras aan de straat
141. een eigen kamer
142. reeks zitruimten
143. slaapgedeelte van de kinderen
144. badruimte
145. opslagruimte

vervolgens hetzelfde voor kantoren, werkplaatsen en openbare gebouwen:

146. flexibele kantoorruimte
147. gezamenlijk eten
148. kleine werkeenheden
149. de receptie heet u welkom
150. een plaats om te wachten
151. kleine vergaderruimten
152. half-open kantoor

voeg kleine bijgebouwtjes toe die een beetje los van de hoofdstructuur staan en maak een toegang van de bovenverdiepingen naar straat en tuin:

153. kamers ter verhuur
154. tiener-huisje
155. bejaardenwoning
156. gerijpt werk
157. werkplaats thuis
158. buitentrap

zorg ervoor de binnenkant van het gebouw aan de buitenkant vast te breien door de grens tussen de twee te behandelen als een gebied op zich en daar menselijke details in aan te brengen:

159. licht van twee kanten in elke kamer
160. zoom van het gebouw
161. zonnig plekje
162. noordkant
163. kamer in de buitenlucht
164. ramen aan de straat
165. opening naar de straat
166. galerijen rondom
167. balkon van twee meter
168. band met de aarde

beslis nu over de rangschikking en de inrichting van de tuin:

169. helling met terrassen
170. vruchtbomen
171. ruimten rondom bomen
172. half verwilderde tuin
173. tuinmuur
174. tuinpaden met pergola’s
175. kas
176. zithoekje in de tuin
177. groentetuin
178. compost

ga terug naar de binnenkant van het gebouw en voeg aan de belangrijkste ruimten de nodige kleinere kamers en alkoven toe:

179. alkoven
180. plaats aan het raam
181. open haard
182. sfeer bij het eten
183. afgeschoten werkruimten
184. lay-out van de keuken
185. kring van stoelen
186. gezamenlijk slapen
187. echtelijk bed
188. bedsteden
189. kleedkamer

werk vorm en afmetingen van kamers en alkoven zo af dat ze exact en uitvoerbaar worden:

190. variatie in de hoogte van plafonds
191. de vorm van de binnenruimte
192. ramen met uitzicht op de wereld
193. half-open muur
194. ramen binnenshuis
195. ruimte voor de trap
196. deuren in de hoeken

geef de muren diepte, overal waar alkoven, ramen, schappen, kasten of zitjes moeten komen:

197. dikke muren
198. kasten tussen kamers
199. zonnig aanrecht
200. open schappen
201. planken op heuphoogte
202. ingebouwde zitplaatsen
203. holen voor kinderen
204. geheime plek


Deel 3: CONSTRUCTIE


Ontwikkel voor u begint met de details van de constructie, een filosofie waarmee u de structuur rechtstreeks uit uw plannen en uw idee over het gebouw kunt laten groeien:

205. de structuur volgt de sociale ruimten
206. efficiënte structuur
207. goede materialen
208. geleidelijke versteviging

werk nu op basis van uw plannen en binnen de filosofie van de structuur de structurele lay-out uit; dit is het laatste wat u op papier doet voor u echt begint te bouwen:

209. lay-out van het dak
210. lay-out van vloeren en plafonds
211. verdikking van de buitenmuren
212. kolommen in de hoeken
213. uiteindelijke kolomverdeling

zet waar de kolommen komen stokken in de grond en begin het raamwerk op te trekken volgens de lay-out van deze staken:

214. funderingen als wortels
215. vloerplaat
216. dooskolommen
217. bovenbalk
218. muur als membraan
219. vloer-plafond gewelven
220. gewelfvormige daken

bepaal binnen het raamwerk van het gebouw de exacte plaats voor de openingen: de deuren en ramen, en omlijst deze openingen:

221. natuurlijke deuren en ramen
222. lage vensterbank
223. vensternissen
224. lage deuropening
225. deurposten en raamkozijnen als verdikte randen

voeg terwijl u de hoofdstructuur en zijn openingen opbouwt, waar dat past de volgende ondergeschikte patronen in:

226. ruimten rond kolommen
227. verbindingen tussen kolommen
228. gewelfvormige trap
229. kabelgoten
230. stralingswarmte
231. dakkapellen
232. bekroning van het dak

voeg de oppervlakken en de details binnenshuis toe:

233. oppervlak van de vloeren
234. geschubde buitenmuren
235. zachte binnenmuren
236. ramen die wijd opengaan
237. massieve deuren met ramen
238. gefilterd licht
239. kleine ruiten
240. één-centimeter randje

werk de buitenruimten even volledig af als de binnenruimten:

241. plaatsen om te zitten
242. bank bij de voordeur
243. zitmuurtje
244. daken van canvas
245. verhoogde bloembedden
246. klimplanten
247. bestrating met kieren tussen de stenen
248. zachte tegels en baksteen

maak het gebouw af met versieringen, licht, kleur en persoonlijke dingen:

249. versiering
250. warme kleuren
251. verschillende stoelen
252. poelen van licht
253. dingen uit uw leven